Drie weken lang dompelden we onze klas onder in één prentenboek. Niet zomaar een boek, maar hét prentenboek van het jaar 2019.
Elke dag stond het verhaal centraal: we lazen het voor op verschillende manieren en op verschillende plaatsen, soms in de kring, soms in een hoek van de klas, soms gewoon tussendoor. Door die herhaling en variatie leerden de kinderen het verhaal echt van binnen en van buiten kennen. Ik koos bewust voor dit boek omdat het perfect aansloot bij de interesses van mijn klas en omdat het een rijk prentenboek is dat uitnodigt tot gesprek, spel en verdieping.
Woordenschat
Een belangrijk onderdeel van dit project was woordenschat. Ik selecteerde twintig kernwoorden uit het verhaal die we consequent lieten terugkomen. Tijdens het voorlezen, in kleine gesprekjes en in het hoekenwerk doken deze woorden telkens opnieuw op. Door ze zo vaak te horen en te gebruiken, begonnen de kinderen ze spontaan in hun eigen taal te verwerken. De woorden werden echt van hen.
Activiteiten in de klas
Ook in de klasactiviteiten leefde het verhaal overal. In het hoekenwerk werkten we rond het thema met onder andere een dierenartsenhoek, zoek- en bewegingshoeken, een bouwhoek, speelhoeken en rollenspel. Er waren creatieve opdrachten rond poezen en huizen en bewegingsactiviteiten waarbij de kinderen routes volgden, mochten verdwalen en samen weer de weg terugvonden. Zo werd het verhaal niet alleen verteld, maar ook beleefd.
Ouderbetrokkenheid
Ouderbetrokkenheid speelde een grote rol in dit project. Ouders brachten materialen mee die aansloten bij het thema en hielpen zo mee om het verhaal tot leven te brengen. We gingen samen op uitstap naar Diest, waar we via een zoektocht het thema ‘verdwalen’ ook buiten de klas konden ervaren. Daarnaast gingen we bij twee kinderen thuis voorlezen, wat voor warme en verbindende momenten zorgde.
Experten
We haalden ook echte experten in huis. Een dierenarts kwam in de klas vertellen en beantwoorden wat de kinderen zoal wilden weten. Daarnaast hadden we een live videomoment met de mama van Daphne, die maar liefst veertien katten opvangt en zelf een poes heeft, Harry. Dat maakte een grote indruk en zorgde voor heel wat verwondering en nieuwe vragen.
Afsluitmoment
Na drie weken sloten we het project af met een gezellig afsluitmoment. Ouders en kinderen kwamen samen voor een gezamenlijk voorleesmoment. Er waren koekjes en warme chocolademelk, de kinderen speelden nog eens in alle hoeken en we eindigden met een fijne zangstonde. Het was een warm en verbindend moment voor iedereen.
Waarom werken we zo?
Omdat kinderen op deze manier een diepe woordenschat opbouwen en het verhaal echt begrijpen. Ze beleven dezelfde taal in verschillende contexten en leren niet alleen met hun hoofd, maar ook met hun hart en hun hele lichaam. Bovendien groeit de verbondenheid tussen kinderen, ouders en school. Drie weken lang leeft de klas in één duidelijk en warm thema, en dat voel je in alles.