Emotieregulatie is iets waar ik als perinataal psycholoog dagelijks mee bezig ben en rond werk, zowel met ouders als met hun jonge kinderen. Het blijft telkens bijzonder om te zien hoe kleine momenten van verbinding een groot verschil kunnen maken in de emotionele ontwikkeling van een kind.
Emotieregulatie
In de buik van de mama is alles perfect afgestemd. De temperatuur is constant, voeding komt automatisch binnen, er is ritme, veiligheid en nabijheid. Een baby heeft daar geen noden - alles wat hij nodig heeft, is aanwezig.
Maar na de geboorte verandert dat volledig. Voor het eerst voelt de baby honger, koude, ongemak of angst. Hij kan dit nog niet zelf oplossen, dus huilt hij. Dat huilen is zijn manier om te zeggen: “Ik heb iets nodig.”
Ik leg het vaak uit aan de hand van een lichtschakelaar; een baby heeft in het begin nog geen draaiknop voor zijn gevoelens en noden - enkel een aan/uit-schakelaar. Hij is óf helemaal in rust, óf helemaal overstuur. Hij kan nog niet denken: “Ik heb honger, maar ik kan nog even wachten.”
Wanneer ouders op die signalen ingaan - door te troosten, te voeden, zacht te praten of vast te houden - helpen ze het zenuwstelsel van hun baby tot rust te komen. Dit heet co-regulatie: jij regelt als ouder mee wat je kind nog niet alleen kan.
Zo leert een baby beetje bij beetje: “Aha, dit gevoel is honger, en als ik huil, helpt mama of papa me.” Met de tijd ontwikkelt zijn brein meer controle, en de aan/uit-schakelaar wordt langzaam een draaiknop. Een peuter voelt honger al aankomen, kan zeggen dat hij iets wil eten en leert even wachten tot het avondeten.
Dat is zelfregulatie: het vermogen om spanning en emoties te herkennen, te verdragen en er op een helpende manier mee om te gaan.
Samen spelen = samen reguleren
Die overgang van co- naar zelfregulatie verloopt niet via uitleg, maar via ervaring. En dé plek waar dat het meest natuurlijk gebeurt, is in spel.
Spel is zoveel meer dan “leuk bezig zijn”. Het is de taal waarmee kinderen leren omgaan met spanning, emoties en verbinding. Door samen te spelen, laat je je kind voelen: “Ik zie jou, ik ben bij jou, en wat jij voelt mag er zijn.” Dat zorgt voor veiligheid, en veiligheid is de basis van elke vorm van emotieregulatie.
Zelfs een paar minuten per dag van écht samen spelen maakt al een groot verschil. Onderzoek toont aan dat enkele minuten afgestemde interactie (waarbij jij je volledig richt op je kind, zonder afleiding) voldoende zijn om het stressniveau in het kinderbrein te verlagen, verbinding te versterken en de ontwikkeling van zelfregulatie te ondersteunen. Het gaat dus niet om hoeveel tijd je speelt, maar hoe aanwezig je bent tijdens dat moment.
Spelen met emoties – voorbeelden uit de praktijk
Een prachtig voorbeeld van regulerend spel is Kiekeboe. Dit eenvoudige spelletje helpt baby’s emoties verwerken die te maken hebben met scheidingsangst. Wanneer jij even “weg” bent en daarna weer verschijnt, leert je baby dat jij telkens terugkomt - dat afwezigheid niet permanent is. Zo groeit vertrouwen en vermindert stress.
De Wave Playcycle speeldoek is hier ideaal voor: je kan jezelf erachter verstoppen, of de doek over je hoofd laten glijden. Ook de permanence box past hier mooi bij: vanaf ongeveer 8 à 10 maanden, wanneer baby’s beginnen te begrijpen dat iets (of iemand) nog bestaat ook al zie je het niet meer, kan je de doek in het doosje stoppen en je baby hem er weer laten uittrekken. Zo oefent hij spelenderwijs het besef van objectpermanentie en leert hij omgaan met het gevoel van loslaten en terugvinden - een vroege vorm van emotieregulatie.
Een ander prachtig hulpmiddel is de Convexe spiegel. Ga samen met je baby op een mat liggen en trek gekke gezichten: verbaasd, blij, boos, verdrietig. Kijk hoe je baby reageert en spiegel zijn mimiek terug. Al heel jonge baby’s (vanaf ongeveer 2 weken oud) steken hun tong uit als jij dat doet - een vroeg teken van sociale afstemming en spiegeling. Dit nabootsen is geen spelletje, het is communicatie: je baby leert dat wat hij voelt ook herkend en beantwoord wordt.
Voor peuters is dit spel nog steeds krachtig. Ze zijn volop bezig met het herkennen en benoemen van emoties. Door samen te kijken in de spiegel, gevoelens te benoemen (“kijk, jij kijkt boos!”) en ze te spelen (“nu maken we allebei een verdrietig gezicht”), help je hen emoties te begrijpen én te reguleren.
Spelen, voelen, verbinden
Of je nu kiekeboe speelt met een doek, mimiek spiegelt in de Convexe spiegel of iets verstopt in de permanence box - telkens gebeurt hetzelfde: jouw kind leert via spel zijn binnenwereld kennen. Hij voelt spanning, ziet jouw reactie, ontspant en leert dat gevoelens komen en gaan.
Dat is de essentie van emotieregulatie én van prikkelverwerking: niet alles hoeft opgelost te worden, maar alles mag er zijn - binnen de veilige bedding van jouw nabijheid.
En dat hoeft echt niet uren per dag te zijn.
Een paar minuten echte verbinding maken, zonder afleiding, is al genoeg!
Veel speelgenot,
Jolien van COCOON